Top 100: Profiel Edith Schippers.

Schermafbeelding 2014-05-15 om 19.46.55

Zij krijgt voor elkaar wat anderen niet lukte: de verdeelde zorgsector werkt gezámenlijk aan de bezuinigingen. Edith Schippers (49, VVD), minister van volksgezondheid, wist Nederland ervan te doordringen dat ook in de zorg het geld op is en dat het dus anders moet. Politici en mensen uit de sector roemen haar doortastendheid, zelf zegt ze: ‘Ik doe mijn stinkende best problemen op te lossen. Daar verwacht ik geen bloemen en applaus voor.’

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn, toen Edith Schippers te horen kreeg dat ze de machtigste vrouw van 2013 is. Ze mag dan ‘de vrouw van 75 miljard’ worden genoemd – naar de op een na hoogste kostenpost van het kabinet – en dit jaar een riedel akkoorden hebben gesloten met een doorgaans verdeelde zorgsector. En ja, ze mag dan gelden als een van de belangrijkste vertrouwelingen van premier Mark Rutte en volgens sommigen zijn gedoodverfde opvolger zijn, maar machtig? Zij? ‘Ik associeer mezelf gewoon niet met macht.’ Dus dacht ze lang na over wat ze nu eigenlijk vond van de titel. Toch wel heel mooi, is de conclusie. ‘Omdat ik vind dat het iets zegt over de zorgsector, over hoe belangrijk we die nu vinden. Zorg was lange tijd iets van vrouwen, door vrouwen – hoewel de directeuren bijna altijd man zijn; ik zit vaak met mannen aan tafel. Maar niet iets waarvan het maatschappelijke en economische belang direct duidelijk was. Dat is nu wel anders. De importantie van de sector is de laatste jaren toegenomen.’ Oftewel: niet zij is machtig, nee, de sector die ze representeert, die is belangrijk. Toch vindt de Top100- jury háár de onbetwiste nummer 1. Haar vermogen de neuzen dezelfde kant op te krijgen, dat ze de sector de ruimte geeft zélf met ideeën en initiatieven te komen, plus het feit dat zij erin geslaagd is – voor het eerst sinds jaren – het zorgbudget niet te overschrijden, maakt dat ze de meest invloedrijke vrouw van 2013 is.

Schippers staat niet bekend als superfeminist: de minister is wars van wat ze noemt ‘geëmmer over het glazen plafond’ (Opzij, 2011). Vrouwen die 24 uur per week werken, moeten niet raar opkijken als niet zij, maar hun fulltime werkende, vaak mannelijke collega’s in aanmerking komen voor die ene promotie, stelt ze. Al vindt ze het als rechtgeaard liberaal natuurlijk prima als vrouwen drie dagen werken. Niettemin stelt ze vast dat er nog steeds old boys networks bestaan, die, zodra er een geschikt type moet worden gevonden, alleen maar mannennamen verzinnen. ‘En op zo’n lijstje staan vaak met grote moeite een of twee vrouwen.’ Recentelijk reikte ze nog de prijs voor Zakenvrouw van het Jaar uit, eerder was ze niet te beroerd een boek over onder meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven in ontvangst te nemen. Op de notie in het boek dat vrouwen gehinderd worden op hun weg naar de top door de zogeheten ‘schoolpleinmaffia’ – moeders met een eeuwig oordeel over andere moeders –, stelde ze nuchter dat ze daar nooit last van had gehad. ‘Maar misschien ben ik altijd weer te snel weg bij het schoolplein.’

Edith Schippers werd geboren in Utrecht, haar ouders scheiden als ze 5 is. Het grootste deel van haar jeugd groeit ze op met een vijftig jaar oudere stiefvader, een liberale man die paarden houdt en rijles geeft. ‘De paarden stonden centraal. Dat was belangrijker dan of het op school goed ging,’ stelt ze in een uitzending van Profiel. Zes dagen per week traint ze met de paarden, óók de ochtenden na het stappen. ‘Dat disciplineert enorm.’ Haar halfbroer Jos van Aardenne in hetzelfde programma: ‘Dat is vormend geweest, weten dat je echt je best moet doen om resultaat te boeken.’ Thuis is zij degene die het meest discussieert, vaak met haar stiefvader. En niet alleen over de paarden, aldus haar broer, maar ook over de actualiteit, de politiek, het geloof. Dat ze vervolgens minister van volksgezondheid zal worden, ligt niet in de planning. Ze studeert politicologie, heeft een uitgesproken passie voor reizen naar verre landen en ziet dus een portefeuille internationale betrekkingen voor zich, als ze eind 1993 solliciteert als medewerker bij de VVD-Tweede Kamerfractie. Het loopt anders. In Profiel: ‘Erica Terpstra September 2011: sportieve opening van het parlementaire jaar 8 mei 2013: aankomst bij het Binnenhof voor de ministerraad zei me: in de politiek dien je flexibel te zijn, dus jij gaat zorg doen.’ Vervolgens onderscheidt Schippers zich door hard te werken en door haar feitelijke kennis. Later is ze er als Tweede Kamerlid en woordvoerder Zorg mede voor verantwoordelijk dat het nieuwe zorgstelsel – waarin het onderscheid tussen ziekenfonds en particulier verzekerden verdwijnt – in 2005 heelhuids door de Kamer komt. Oud-minister van volksgezondheid Hans Hoogervorst werkt in die tijd nauw met haar samen. ‘Ze is straight, nuchter en doortastend. Ze weet wat ze wil. En dat werkt in Den Haag.’ Het is het beeld dat herhaaldelijk naar boven komt over Schippers: een vrouw met een enorme dossierkennis, die volhardend is, zakelijk. Een type met een rechte rug en politiek pragmatisme. Een ‘ijsbeer wars van geneuzel’, zo typeert de Volkskrant haar eens in een profiel, waarin het beeld geschetst wordt van een minister die weliswaar kundig is, maar ook ‘onaardig’. Hoogervorst: ‘Ik vraag me af of men over een man hetzelfde geschreven had. Dat is toch omdat ze een vrouw is die niet bang is haar mening te geven. Ze kan pinnig zijn, dat wel. Maar onaardig? Nee.’ Cathy van Beek, lid van de raad van bestuur van het UMC St Radboud, werkte als voorzitter van de Nederlandse Zorg- autoriteit nauw met Schippers samen. ‘Ze speelt het spel, maar ze speelt geen spelletjes. Edith Schippers lijdt nu eenmaal niet aan het syndroom waar toch met name vrouwen last van hebben: zij hoeft niet zo nodig aardig gevonden te worden.’

Dat laatste ontdekt Rutger Jan van der Gaag, huidig voorzitter van de landelijke artsenfederatie KNMG, in 2011 als hij in aanraking komt met de dan kersverse minister. Er moet bezuinigd worden op de geestelijke gezondheidszorg en Van der Gaag is op dat moment voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. ‘Ik ben het nog nooit zo hartgrondig oneens geweest met iemand, zo plaatsvervangend beledigd bijna, als destijds tijdens dat conflict met de minister. Herhaaldelijk werd het beeld geschetst van een groep patiënten die niet écht ziek was, maar zich gewoon een beetje aanstelde – en daar kon dus prima op bezuinigd worden. Onverteerbaar, vond ik het. Aanvankelijk leek ze een gekraste plaat: “Zo staat het in het regeerakkoord.”’ Schippers zelf ziet dat anders: ‘Ook in de geestelijke gezond heidszorg moest gekeken worden naar wat medisch noodzakelijk is en wat niet, net als in de rest van de zorg. Leed dat bij het leven hoort, zoals het verliezen van een baan of partner, is ingrijpend maar geen psychische ziekte.’

Haar politiek pragmatisme blijkt als in overleg met de sector de voorgenomen ggz-maatregel van de baan gaat en het conflict wordt opgelost – bezuinigd wordt er nog wel, maar nu meer in overleg. Het conflict blijft al die tijd zakelijk van aard, aldus Van der Gaag: ‘We bleven altijd on speaking terms, zelfs toen het hard tegen hard ging. Dat waardeer en bewonder ik.’ H H et conflict rond de geestelijke gezondheidszorg is niet het enige waar Schippers in haar eerste periode mee te maken krijgt. Zo jaagt ze de huisartsen tegen zich in het harnas als ze een deel van hun budget terughaalt: onderdeel van een door haar voorganger gemaakte afspraak, maar toch. Uiteindelijk wordt ook dat conflict opgelost, de huisartsen zelf krijgen er in de recente akkoorden geld bij omdat ze meer taken krijgen. Maar pas na lang gemor door de beroepsgroep. ‘Het betrof nu eenmaal afspraken uit de periode van mijn voorganger,’ zegt ze nu. ‘En ik houd vast aan wat er is afgesproken, daar moeten mensen van op aan kunnen. Je betrouwbaarheid is je grootste schat als politicus.’ Een groot goed, in een sector die – aldus de deskundigen – van alle sectoren misschien wel het meest gedomineerd wordt door belangenclubs, alle met hun eigen lobby, geld en spreekbuizen. Na alle ophef doet de minister dit jaar een oproep aan artsen, patiëntenfederaties en ziekenhuizen in tv-programma Buitenhof. Kom zelf met ideeën, vraagt ze. Het heeft mede geleid tot prima akkoorden, aldus Van der Gaag: ‘Op die manier maakt ze een deel van de imagoschade goed die rond de zorg hangt; het idee dat er in de zorg alleen maar spilzieke artsen zouden werken, zonder besef van budget.’ Marian Kaljouw, voorzitter van de commissie zorgberoepen en opleidingen bij het College voor Zorgverzekeringen: ‘Het blijft uiteindelijk manoeuvreren met een kruiwagen vol kikkers, je moet maar zorgen dat ze er niet uitspringen.’

De veelheid aan belangen uit zich in een niet-aflatende stroom van kritiek op het beleid: nu eens zijn de huisartsen kwaad, dan is het weer de antirooklobby die fel uithaalt naar het preventiebeleid van de minister (of wat zij zien als: het gebrek daaraan). Hoogervorst: ‘Wij denken grosso modo over de meeste zaken hetzelfde, behalve over preventiebeleid. Ik vond het geen goede zaak, het rookbeleid tijdens haar eerste periode. Ik reis over de hele wereld, en overal kon dat rookverbod worden gehandhaafd – maar hier zat men te paffen in de kroegen. Belachelijk.’ Schippers wijst de kritiek van de hand. ‘De vrijstelling van het rookverbod ging alleen om kleine kroegen zonder personeel. Het rookverbod was er om personeel te beschermen tegen roken; als er geen personeel was, betrof het dus doorgeschoten regelgeving. Uiteindelijk heb ik de boetes op overtreding van het rookverbod verdubbeld.’ Ook de bezuinigingen op de ouderenzorg en de thuiszorg kunnen rekenen op kritiek. PVV-Kamerlid Fleur Agema twittert met gevoel voor drama: ‘Schippers wil fors ingrijpen in de ouderenzorg. Oma mag onder de brug slapen en in Griekenland nemen ze nog een ouzootje.’ Misplaatst, meent Cathy van Beek: ‘De bezuinigingen op de thuiszorg zijn wat mij betreft onontkoombaar. Alles is altijd maar onder de AWBZ (de collectieve ziektenkostenverzekering) gestopt, dat is gewoon niet meer houdbaar.’

De ouderenzorg is, zo hamert Schippers keer op keer, drie keer zo duur als in Duitsland en twee keer zo duur als in Frankrijk – en ‘als we geen maatregelen nemen, wordt dat nóg meer’. Hoogervorst: ‘Dit gaat niet om politiek links of rechts. In Nederland hebben we zeer riante voorzieningen gehad, altijd – alleen al het feit dat de huishoudelijke hulp lang betaald werd uit een collectieve verzekering, vond men in het buitenland wezensvreemd.’ Van Beek: ‘Het zijn im populaire maatregelen, daar oogst je felle kritiek mee. Maar de hoek van PVV en SP, waar die kritiek vaak vandaan komt, is voor zover ik weet ook nog niet met reële oplossingen gekomen. Er moet altijd geld bij – en dat is er niet.’ Dat het geld op is, daarvan is de gemiddelde Nederlander inmiddels wel goed doordrongen. Edith Schippers zag het, zo stelde ze na haar aanstelling, als haar taak de kosten van de zorg tot een thema te maken, Nederlanders bewust te maken van de kosten – tot ze het er aan de keukentafel over zouden hebben. Dat bewustzijn is er heel lang niet geweest, zegt Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie in Maastricht. ‘Nog geen paar jaar geleden was zorg iets waarop je niet wilde bezui nigen, want zorg vonden we allemaal toch heel belangrijk? Ik herinner me een advies over kostenbeheersing dat ik overhandigde aan Wouter Bos, destijds minister van financiën. Die reageerde min of meer op die manier. Schippers heeft de sector er vrij goed van weten te doordringen dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Natuurlijk gesteund door de crisis.’ ‘Never waste a good crisis,’ aldus Kaljouw. ‘De bereidheid vanuit de sector om nu wel tot afspraken te komen, is mede door die crisis toegenomen.’ Schippers blijft ondertussen hameren op het algemeen belang. Haar mantra: ‘De zorg moet beter en voor iedereen betaalbaar blijven.’ Dat algemene belang verenigt de partijen. De akkoorden die ze sloot met goedbeschouwd álle kikkers in de kruiwagen – van ziekenhuizen, huisartsen en patiënten, en van de geestelijke gezondheidszorg tot aan de medisch specialisten – moeten een miljard aan besparingen opleveren. Voor het eerst sinds lange tijd, zo bleek dit jaar, hield men geld over op het ministerie, na jaren van budgetoverschrijdingen. De eerste zorgverzekeraar heeft al aangekondigd zijn premie voor 2014 te verlagen. Kritiek blijft, maar dat is een gegeven in dit vak, vindt ze. ‘Ik heb nu eenmaal een missie. Het is geen baantje van negen tot vijf, ik breng daar offers voor, ook persoonlijk: politiek gaat vaak ten koste van je sociale leven. Maar als ik zeg: “Ik ga dit probleem oplossen,” dan doe ik daar mijn stinkende best voor. Dan verwacht ik geen bloemen en applaus. Daar mag men mij op afrekenen, aan het einde van de rit.’